 |
7.1.3 Casus
Een paar bezoekt de huisarts na twee jaar bestaande kinderwens. Zij is 35 jaar en heeft een regelmatige cyclus. In het verleden is er een periode geweest met onverklaarde buikpijnklachten. Hij is 30 jaar en heeft in een eerdere relatie vlot twee kinderen verwekt. Coïtus frequentie 2 - 3 keer per week. De anamnese vermeldt verder geen bijzonderheden. De BTC is bifasisch bij een cyclusduur van 31 dagen. Het algemeen en gynaecologisch onderzoek zijn niet afwijkend. De verrichte semenanalyse door het huisartsenlaboratorium: volume: 4,0 cc, aantal zaadcellen per ml: 44 miljoen, percentage progressief motielen: 63%, morfologie: 15% normale vormen. Conclusie: normospermie. De PCT verricht op cyclusdag 14: helder cervixslijm met een ‘Spinnbarkeit’ van >10 cm, ostium van de cervix is iets geopend. Per gezichtsveld >10 propulsief bewegende zaadcellen. Aanvullend serologisch onderzoek toont een positieve CAT bij de vrouw. De positieve CAT en de onverklaarde buikpijn klachten in het verleden kunnen passen bij een doorgemaakte C. trachomatis en PID. Het paar wordt verwezen naar de gynaecoloog. Deze verricht, nadat hij een Chlamydia infectie had uitgesloten middels een Chlamydia PCR van de cervix, een HSG. Hierop worden twee doorgankelijke tubae geconstateerd. Een diagnostische laparoscopie met chromopertubatie toont normale genitalia interna, geen aanwijzingen voor tubapathologie. Het paar wordt geïnformeerd. Gezien de normale bevindingen bij het OFO wordt m.b.v. het prognostisch model volgens Eimers de kans op een spontane zwangerschap berekend op 30%. Het paar wordt geadviseerd nog een jaar af te wachten aangezien er nog 30% kans is op het ontstaan van een spontane zwangerschap. Iindien er geen zwangerschap optreedt, wordt na een jaar gestart met intra-uteriene inseminatie behandeling in een mild gestimuleerde cyclus.
Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar
 |
Print deze pagina |
|
 |