7.2  Fertiliteit en zwangerschap

- 7 Fertiliteit en zwangerschap
- 7.2 Zwangerschap
- 7.2.3 Interpretatie
- 7.2.3.1 Referentiewaarden in de zwangerschap

 

7.2.3.1 Referentiewaarden in de zwangerschap

Bij laboratoriumuitslagen houde men rekening met de (soms beduidend) veranderde referentiewaarden van een aantal parameters. Enkele voorbeelden zijn gegeven in tabel 3.

Hb
Als bij dalend Hb het MCV groter is of wordt dan 90 tot 95 fl (normaal: 80 - 100 fl.), moet de ijzermedicatie aangevuld worden met foliumzuur (5 mg per dag).
Uiteraard dient men altijd nog bedacht te zijn op andere oorzaken als het Hb-gehalte onverwacht laag is of verder daalt, net als buiten de zwangerschap (bv. sikkelcelanemie). Bij Hb lager dan 6,0 is klinische bevalling geïndiceerd.
Een stijgend of verhoogd Hb-gehalte kan wijzen op een pre-eclampsie als gevolg van daarbij optredende indikking van het bloed. Soms echter is er ook sprake van hemolyse, zoals bij het HELLP syndroom. Als evenwichtssituatie tussen indikking (Hb verhogend) en hemolyse (Hb verlagend) kan dan een (misleidend) normaal Hb-gehalte ontstaan. Indien deze afwijkingen zich voordoen, is specialistische behandeling aangewezen.

Hypertensie
Proteïnurie (albuminurie), zeker in combinatie met hypertensie, kan wijzen op (beginnende) pre-eclampsie (verwijzing nodig). Echter, een zwak positieve uitslag bij onderzoek op proteïnurie kan ook wijzen op een asymptomatische bacteriurie.
Gestegen ASAT en ALAT (referentiewaarden voor beide tot 30 U/l) wijzen op een leverfunctiestoornis die bij het HELPP syndroom past. Eveneens worden dan gevonden: verlaagd aantal trombocyten (het aantal trombocyten dient boven de 150 x 109 per liter te blijven) en verhoogd LD ten gevolge van de hemolytische anemie (referentiewaarden 150 - 300 U/l).
Een gestoorde leverfunctie c.q. nierfunctie (zie tabel 3) verdient zeker een spoedig nader onderzoek (2e lijn).

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl