7.3  Fertiliteit en zwangerschap

- 7 Fertiliteit en zwangerschap
- 7.3 Zwangerschapsimmunisatie
- 7.3.2 Onderzoek bij en ter voorkoming van zwangerschapsimmunisatie
- 7.3.2.2 Onderzoek bij A/O- c.q. B/O-antagonisme

 

7.3.2.2 Onderzoek bij A/O- c.q. B/O-antagonisme

A/O- c.q. B/O-antagonisme wordt meestal pas ontdekt na de geboorte van een kind. Het onderzoek zal derhalve meestal alleen na de geboorte plaatsvinden.
In het algemeen heeft de hemolytische ziekte t.g.v. deze antistoffen een milder verloop, maar wisseltransfusies kunnen noodzakelijk zijn.
Indicaties voor onderzoeken bij A/O- c.q. B/Oantagonisme:
- post partum hemolyse bij het kind
- belaste anamnese bij eerder geboren kinderen (icterus, Hb daling).

In navelstrengbloed:
1. ABO bloedgroep, rhD-antigeen
2. onderzoek of IgG-antistoffen gebonden zijn aan de kinderlijke erytrocyten m.b.v. de directe Coombstest (en eventueel testen van aan erytrocyten gebonden antistoffen (testen van elutaat).

Onderzoek bij de moeder en vader van het kind:
1. ABO bloedgroep en rhD-antigeen van moeder en vader.
2. aantonen anti-A en/of anti-B van de IgGklasse in het serum van de moeder (in 15% van de gevallen waarbij sprake is van een A/O dan wel B/O incompatibiliteit tussen kind en moeder treedt klinisch relevante hemolyse op).

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl