8.1  Neonatologie

- 8 Neonatologie
- 8.1 Neonatologie
- 8.1.1 Afkortingen en nomenclatuur

 

8.1.1 Afkortingen en nomenclatuur

Allo-immunisatie: productie van specifieke antistoffen door de moeder, welke gericht zijn tegen antigenen van het kind (afkomstig van de vader). Het betreft antistoffen tegen trombocyt of granulocyt; in analogie met het Rhesus-antagonisme.
AGS:adrenogenitaal syndroom. Berust op autosomaal recessief erfelijke afwijkingen in de synthese van bijnierschorshormonen.
CHT: congenitale hypothyreoïdie.
Glycolyse:letterlijk ‘het splitsen van glucose’ (in kleinere moleculen door enzymen). Bij bepaling van glucose in bloedmonsters moet glycolyse door uit de erytrocyten lekkende enzymen vermeden worden; dit geschiedt door toevoeging van natriumfluoride.
Ketonlichamen: eindproducten van onvolledige vetafbraak. Deze doet zich voor als lichaam vetzuren als voornaamste energiebron moet gebruiken; bv. bij langdurig vasten, diabetes m. type 1. Voorbeeld: acetylazijnzuur dat in aceton over kan gaan.
PKU:fenylketonurie.
Zuurstofverzadiging:is gelijk aan het % met O2 beladen hemoglobine ten opzichte van de totale hoeveelheid (d.w.z. met O2 beladen en niet met O2 beladen) functioneel hemoglobine.

Verder in deze paragraaf:
- Geen gerelateerde onderwerpen beschikbaar

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl