 |
8.1.3.6 Hematologie
Anemie wordt meestal veroorzaakt door een ernstige foeto-maternale transfusie of zichtbare bloedingen zoals het afscheuren van de navelstreng. Men spreekt van hyperviscositeit indien de veneuze hematocrietwaarde boven de 0,65 l/l ligt. Ten gevolge van het chronisch verlaagde zuurstofgehalte in het arteriële bloed welke bij intrauteriene groeivertraging wordt gevonden, treedt een versterkte aanmaak van erytrocyten op (hyperviscositeit-polycytemie syndroom). In extreme gevallen kan dit leiden tot remming van de aanmaak van de witte reeks hetgeen tot uiting komt in een leukopenie. Bovendien kan de proliferatie van mega-karyocyten geremd worden, leidend tot een trombocytopenie. Ten gevolge van de hyperviscositeit is er een verlaagde bloedstroom in de capillairen hetgeen leidt tot weefselhypoxie in alle organen. Afwijkende leukocytenwaarden, zowel leukopenie als leukocytosis, kunnen voorkomen bij neonatale sepsis terwijl leukopenie ook kan worden gezien bij uitgesproken intra-uteriene groeivertraging. Trombocytopenie kan eveneens bij een neonatale sepsis worden waargenomen. Uitgesproken tot zeer ernstige trombocytopenie kan worden veroorzaakt door allo-immunisatie van de moeder. Deze maakt antilichamen tegen een, van de vader afkomstig, trombocyten-antigeen van het kind, dat op de maternale trombocyten niet aanwezig is. Deze antilichamen zijn van de IgG klasse; dit houdt in dat zij de placenta passeren met bovenbeschreven gevolg voor de neonaat. De voornaamste tromb ytenantigenen in dit verband zijn: HPA-1a en HPA- 5b; daar evenwel bij 95% van de individuen deze trombocytenantigenen aanwezig zijn, treedt alloimmunisatie tegen trombocyten zelden op.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |