 |
8.1.5.4 Perinatale asfyxie
De overgang van intra- naar extra-uterien heeft grote fysiologische veranderingen in de pasgeborene tot gevolg. Bij de eerste ademteug, welke gekarakteriseerd wordt door een intra-thoracale druk van -60 tot -80 mmHg, wordt van het ingeademde volume lucht een groot deel niet uitgeademd zodat de alveoli open blijven. Bij de 2e, 3e en 4e ademteug nemen deze fenomenen al zeer sterk af, zodat bij de 5e ademteug het volledige ingeademde volume weer wordt uitgeademd. Mede onder invloed van zuurstof in de ingeademde lucht openen zich de arteriolen in het uitgebreide longvaatbed waardoor de longvaatweerstand acuut sterk daalt. Het gevolg is dat de doorbloeding in het longvaatbed, die voor de geboorte zeer gering was, op gang komt. Doordat de druk in de arteria pulmonalis, rechter ventrikel en rechter atrium daalt tot onder het niveau, dat in het linker vasculaire systeem bestaat, wordt het foramen ovale functioneel gesloten. Het gevolg is, dat de rechts-links shunt op atriumniveau (welke kenmerkend is voor de foetale circulatie) na de geboorte snel verdwijnt. Mede onder invloed van het zuurstofgehalte in het arteriële bloed prolifereren de intimakussens in de ductus arteriosus welke zich daarop meestal binnen 48 uur functioneel sluit, zodat ook de shunt door de ductus Botalli - eveneens een kenmerk van de foetale circulatie - kort na degeboorte verdwijnt. Het gevolg van bovenbeschreven veranderingen is een snel stijgen van de arteriële zuurstofspanning van 25 tot 30 mmHg vóór de geboorte tot 60 à 80 mmHg op ca. 5 minuten na de partus. Met het stijgen van de zuurstofdruk stijgt ook de zuurstofverzadiging; van ongeveer 50% vóór de geboorte tot ruim 90% enige tijd erna. Bij hypoxemie schakelt de foetus of de pasgeborene snel over op anaërobe glycolyse waarbij grote hoeveelheden lactaat worden gevormd, hetgeen (binnen enkele minuten) leidt tot een metabole acidose (gekenmerkt door een lage pH en een verlaagd bicarbonaat). Indien er daarnaast ook nog sprake is van respiratoire insufficiëntie zal het CO2-gehalte (bloedgasanalyse) verhoogd zijn hetgeen tevens aanleiding geeft tot een verdere daling van de pH.
Verder in deze paragraaf:
 |
Print deze pagina |
|
 |