9.1  Erfelijke aandoeningen

- 9 Erfelijke aandoeningen
- 9.1 Klinische Genetica
- 9.1.3 Diagnostiek
- 9.1.3.4 Specifieke afwijkingen

 

9.1.3.4 Specifieke afwijkingen

Down syndroom
Over de klinische verschijnselen kunnen enkele opmerkingen gemaakt worden:
- het Down syndroom kan zich uiten in lichte tot ernstige verschijnselen, ondanks dat steeds van dezelfde chromosoomafwijkingen sprake is.
- de klinische verschijnselen kunnen reeds bij geboorte aanwezig zijn of zich nadien ontwikkelen.
- er is een veelheid aan symptomen mogelijk, bv. hartafwijkingen, oogafwijkingen, afwijkingen in het KNO gebied en maagdarmkanaal.
Gezien deze feiten kan tijdige herkenning van zich presenterende symptomen als behorende bij dit syndroom problematisch zijn. Uit dien hoofde is een checklist t.b.v. vroege herkenning opgesteld (zie ref. 2).

Indien een huisarts bij een kind de diagnose Down syndroom stelt, dient op korte termijn ter bevestiging chromosoomonderzoek te worden verricht. Het is een kunstfout om alleen te vertrouwen op de in jaren gevormde klinische blik en chromosoomonderzoek achterwege te laten.
Bij elk Klinisch Genetisch Centrum kan chromosoomonderzoek worden aangevraagd. Bij pasgeborenen en jonge kinderen is een spoedprocedure (uitslag na 2 - 4 dagen) geïndiceerd. Overigens zal in de praktijk het kind vaak verwezen worden naar de kinderarts; deze zorgt dan voor spoedonderzoek door het regionale Klinisch Genetisch Centrum. De kinderarts zal in zulk geval ook verder onderzoek instellen naar het eventueel voorkomen van geassocieerde afwijkingen.

VCF syndroom
Met conventioneel chromosoom onderzoek is een dergelijke micro-deletie in de regel niet vast te stellen, wel met de FISH techniek. De hoofdkenmerken van het VCF syndroom waren voorheen aangegeven als anatomische en/of functionele afwijkingen in het harde en/of zachte gehemelte (leidend tot nasale regurgitatie van de voeding en later tot spraakstoornissen), hartafwijkingen en karakteristieke gelaatskenmerken.
Meer recent is gebleken dat vele andere symptomen deel kunnen uitmaken van dit syndroom. Het overervingspatroon is autosomaal dominant. Meestal is het aangedane kind het eerste met die aandoening in de familie, wat men een spontane mutatie noemt. Het kind zelf echter heeft later een kans van 50% dat zijn/haar kinderen eveneens de aandoening krijgen; de ernst van de aandoening bij die kinderen is niet te voorspellen en kan sterk afwijken van de ernst bij de aangedane ouder.

Fragiele X syndroom
Het klinisch beeld wordt gekenmerkt door mentale retardatie en gedragsafwijkingen (bv. hyperactiviteit, automutilatie), welke combinatie een speciale aanpak nodig maakt. Vaak gaat het om kinderen die lang en zwaar zijn en een grote schedelomtrek hebben. Zij hebben karakteristieke gelaatskenmerken (lang gelaat, grote afstaande oren). Soms hebben zij epilepsie. Rond de puberteit ontwikkelen ze grote testikels (macroorchidisme) en gynaecomastie.
Zeker bij het voorkomen van meerdere geretardeerde mannen in een familie moet het fragiele X syndroom worden uitgesloten.
De diagnose kan zowel post- als prenataal alleen met DNA onderzoek gesteld worden.
Opmerking: dertig tot vijftig percent van de vrouwelijke dragers heeft verschijnselen van mentale retardatie. Dit kan zich bv. uiten in een lagere schoolopleiding van draagsters dan die van hun zusters, die geen draagster zijn. Ook treedt bij draagsters op jongere leeftijd de menopauze op (‘Premature Ovarian Failure’ (POF)).
Indien deze diagnose wordt vermoed op klinische gronden of op grond van de familie-anamnese, kan het beste verwijzing naar een kinderarts plaatsvinden; deze zal de verdere diagnostiek doen inclusief DNA onderzoek. Dit onderzoek zal uitgevoerd worden in het regionale Klinisch Genetisch Centrum.

Andere chromosoomafwijkingen
Indien andere numerieke of structurele chromosoomafwijkingen zoals het Turner syndroom bij meisjes (kleine lichaamslengte, afwezigheid ovaria, uitblijven van de menstruatie) of het Klinefelter syndroom bij jongens (feminine lichaamsbouw, kleine testikels) worden vermoed, kan het beste worden verwezen naar de kinderarts die tevens voor het noodzakelijke chromosoomonderzoek zorg kan dragen.

Verder in deze paragraaf:

Print deze pagina
 
Copyright © 2002 - 2012 SAN - info@de-san.nl